Mattheüs 13:9
“Wie oren heeft om te horen, die hore.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 13 — omringende verzen
En toen hij zaaide, vielen sommige zaden langs de weg, en de vogels kwamen en verslonden ze.
5Andere vielen op steenachtige plaatsen, waar zij niet veel aarde hadden; en terstond schoten zij op, omdat zij geen diepte van aarde hadden.
6En toen de zon opkwam, werden zij verschroeid; en omdat zij geen wortel hadden, verdorden zij.
7En andere vielen tussen de doornen, en de doornen schoten op en verstikten ze.
8Maar andere vielen in goede grond en brachten vrucht voort, sommige honderdvoud, sommige zestigvoud, sommige dertigvoud.
Wie oren heeft om te horen, die hore.
En de discipelen kwamen en zeiden tot Hem: Waarom spreekt U tot hen in gelijkenissen?
11Hij antwoordde en zei tot hen: Omdat het u gegeven is de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is het niet gegeven.
12Want wie heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloed hebben; maar wie niet heeft, van dien zal genomen worden ook wat hij heeft.
13Daarom spreek Ik tot hen in gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien, en horende niet horen, noch verstaan.
14En in hen wordt vervuld de profetie van Jesaja, die zegt: Horende zult gij horen en geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en geenszins bemerken.