Mattheüs 14:20
“En zij aten allen en werden verzadigd; en zij namen de overgebleven brokken op, twaalf manden vol.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 14 — omringende verzen
En toen het avond geworden was, kwamen zijn discipelen tot Hem en zeiden: Deze plaats is eenzaam en de tijd is reeds voorbijgegaan; zend de scharen weg, opdat zij naar de dorpen gaan en voor zichzelf levensmiddelen kopen.
16Maar Jezus zeide tot hen: Zij behoeven niet heen te gaan; geeft u hen te eten.
17En zij zeiden tot Hem: Wij hebben hier niet meer dan vijf broden en twee vissen.
18Hij zeide: Brengt ze Mij hier.
19En Hij gebood de schare neer te zitten op het gras, en nam de vijf broden en de twee vissen, en opziende naar de hemel, zegende Hij, en brak en gaf de broden aan zijn discipelen, en de discipelen gaven ze aan de schare.
En zij aten allen en werden verzadigd; en zij namen de overgebleven brokken op, twaalf manden vol.
En zij die gegeten hadden, waren omtrent vijfduizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
22En terstond drong Jezus zijn discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, terwijl Hij de scharen wegzond.
23En nadat Hij de scharen weggezonden had, ging Hij de berg op om alleen te bidden; en toen de avond gekomen was, was Hij daar alleen.
24Maar het schip was nu midden op de zee, door de golven geteisterd, want de wind was hen tegen.
25En in de vierde nachtwake ging Jezus tot hen, wandelende op de zee.