Mattheüs 14:24
“Maar het schip was nu midden op de zee, door de golven geteisterd, want de wind was hen tegen.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 14 — omringende verzen
En Hij gebood de schare neer te zitten op het gras, en nam de vijf broden en de twee vissen, en opziende naar de hemel, zegende Hij, en brak en gaf de broden aan zijn discipelen, en de discipelen gaven ze aan de schare.
20En zij aten allen en werden verzadigd; en zij namen de overgebleven brokken op, twaalf manden vol.
21En zij die gegeten hadden, waren omtrent vijfduizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
22En terstond drong Jezus zijn discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, terwijl Hij de scharen wegzond.
23En nadat Hij de scharen weggezonden had, ging Hij de berg op om alleen te bidden; en toen de avond gekomen was, was Hij daar alleen.
Maar het schip was nu midden op de zee, door de golven geteisterd, want de wind was hen tegen.
En in de vierde nachtwake ging Jezus tot hen, wandelende op de zee.
26En toen de discipelen Hem zagen wandelen op de zee, werden zij ontroerd en zeiden: Het is een geest! En zij schreeuwden van vrees.
27Maar terstond sprak Jezus hen aan en zeide: Hebt goede moed; Ik ben het; vreest niet.
28En Petrus antwoordde Hem en zeide: Heer, indien Gij het zijt, beveel mij tot U te komen op het water.
29En Hij zeide: Kom. En toen Petrus uit het schip was gekomen, wandelde hij op het water om naar Jezus te gaan.