Mattheüs 14:22
“En terstond drong Jezus zijn discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, terwijl Hij de scharen wegzond.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 14 — omringende verzen
En zij zeiden tot Hem: Wij hebben hier niet meer dan vijf broden en twee vissen.
18Hij zeide: Brengt ze Mij hier.
19En Hij gebood de schare neer te zitten op het gras, en nam de vijf broden en de twee vissen, en opziende naar de hemel, zegende Hij, en brak en gaf de broden aan zijn discipelen, en de discipelen gaven ze aan de schare.
20En zij aten allen en werden verzadigd; en zij namen de overgebleven brokken op, twaalf manden vol.
21En zij die gegeten hadden, waren omtrent vijfduizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
En terstond drong Jezus zijn discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, terwijl Hij de scharen wegzond.
En nadat Hij de scharen weggezonden had, ging Hij de berg op om alleen te bidden; en toen de avond gekomen was, was Hij daar alleen.
24Maar het schip was nu midden op de zee, door de golven geteisterd, want de wind was hen tegen.
25En in de vierde nachtwake ging Jezus tot hen, wandelende op de zee.
26En toen de discipelen Hem zagen wandelen op de zee, werden zij ontroerd en zeiden: Het is een geest! En zij schreeuwden van vrees.
27Maar terstond sprak Jezus hen aan en zeide: Hebt goede moed; Ik ben het; vreest niet.