Mattheüs 19:27
“Toen antwoordde Petrus en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles verlaten en U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 19 — omringende verzen
Maar toen de jongeman dat woord hoorde, ging hij bedroefd heen; want hij had grote bezittingen.
23Toen zeide Jezus tot zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke moeilijk het Koninkrijk der hemelen zal binnengaan.
24En wederom zeg Ik u: het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.
25Toen zijn discipelen dat hoorden, waren zij uitermate verbaasd en zeiden: Wie kan dan zalig worden?
26Maar Jezus zag hen aan en zeide tot hen: Bij mensen is dit onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.
Toen antwoordde Petrus en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles verlaten en U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?
En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal zitten op de troon van zijn heerlijkheid, ook op twaalf tronen zult zitten en de twaalf stammen van Israël richten.
29En een ieder die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of vrouw of kinderen of akkers verlaten heeft om mijn naam, die zal honderdvoud ontvangen en het eeuwige leven beërven.
30Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en de laatsten de eersten.