Mattheüs 19:25
“Toen zijn discipelen dat hoorden, waren zij uitermate verbaasd en zeiden: Wie kan dan zalig worden?”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 19 — omringende verzen
De jongeman zeide tot Hem: Dit alles heb ik onderhouden van mijn jeugd op; wat ontbreekt mij nog?
21Jezus zeide tot hem: Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemel hebben; en kom en volg Mij.
22Maar toen de jongeman dat woord hoorde, ging hij bedroefd heen; want hij had grote bezittingen.
23Toen zeide Jezus tot zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke moeilijk het Koninkrijk der hemelen zal binnengaan.
24En wederom zeg Ik u: het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.
Toen zijn discipelen dat hoorden, waren zij uitermate verbaasd en zeiden: Wie kan dan zalig worden?
Maar Jezus zag hen aan en zeide tot hen: Bij mensen is dit onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.
27Toen antwoordde Petrus en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles verlaten en U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?
28En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal zitten op de troon van zijn heerlijkheid, ook op twaalf tronen zult zitten en de twaalf stammen van Israël richten.
29En een ieder die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of vrouw of kinderen of akkers verlaten heeft om mijn naam, die zal honderdvoud ontvangen en het eeuwige leven beërven.
30Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en de laatsten de eersten.