Mattheüs 21:27
“En zij antwoordden Jezus en zeiden: Wij weten het niet. En Hij zei tot hen: Dan zeg Ik u ook niet door wat voor gezag Ik deze dingen doe.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 21 — omringende verzen
En alles wat u in het gebed gelovig bidt, zult u ontvangen.
23En toen Hij in de tempel gekomen was, kwamen de overpriesters en de oudsten des volks tot Hem terwijl Hij leerde, en zeiden: Door wat voor gezag doet U deze dingen? En wie heeft U dit gezag gegeven?
24En Jezus antwoordde en zei tot hen: Ik zal u ook één ding vragen; en als u Mij dat zegt, zal Ik u ook zeggen door wat voor gezag Ik deze dingen doe.
25De doop van Johannes, waar was die vandaan? Uit de hemel, of uit mensen? En zij overlegden bij zichzelf: Als wij zeggen: Uit de hemel, zo zal Hij tot ons zeggen: Waarom hebt u hem dan niet geloofd?
26Maar als wij zeggen: Uit mensen, dan vrezen wij de menigte; want allen houden Johannes voor een profeet.
En zij antwoordden Jezus en zeiden: Wij weten het niet. En Hij zei tot hen: Dan zeg Ik u ook niet door wat voor gezag Ik deze dingen doe.
Maar wat denkt u? Een zeker man had twee zonen, en hij ging tot de eerste en zei: Zoon, ga heden werken in mijn wijngaard.
29Hij antwoordde en zei: Ik wil niet; maar daarna berouwde het hem en hij ging.
30En hij ging tot de tweede en zei evenzo. En die antwoordde en zei: Ik ga, heer; en hij ging niet.
31Welke van de twee heeft de wil van zijn vader gedaan? Zij zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods.
32Want Johannes is tot u gekomen op de weg der gerechtigheid, en u hebt hem niet geloofd; maar de tollenaars en de hoeren geloofden hem; en u, die dit gezien hebt, hebt daarna geen berouw gehad, om hem te geloven.