Terug naar Mattheüs 21
VSV
Statenvertaling

Mattheüs 21:29

Hij antwoordde en zei: Ik wil niet; maar daarna berouwde het hem en hij ging.

Kruisverwijzingen

Context

Mattheüs 21 — omringende verzen

24

En Jezus antwoordde en zei tot hen: Ik zal u ook één ding vragen; en als u Mij dat zegt, zal Ik u ook zeggen door wat voor gezag Ik deze dingen doe.

25

De doop van Johannes, waar was die vandaan? Uit de hemel, of uit mensen? En zij overlegden bij zichzelf: Als wij zeggen: Uit de hemel, zo zal Hij tot ons zeggen: Waarom hebt u hem dan niet geloofd?

26

Maar als wij zeggen: Uit mensen, dan vrezen wij de menigte; want allen houden Johannes voor een profeet.

27

En zij antwoordden Jezus en zeiden: Wij weten het niet. En Hij zei tot hen: Dan zeg Ik u ook niet door wat voor gezag Ik deze dingen doe.

28

Maar wat denkt u? Een zeker man had twee zonen, en hij ging tot de eerste en zei: Zoon, ga heden werken in mijn wijngaard.

29

Hij antwoordde en zei: Ik wil niet; maar daarna berouwde het hem en hij ging.

30

En hij ging tot de tweede en zei evenzo. En die antwoordde en zei: Ik ga, heer; en hij ging niet.

31

Welke van de twee heeft de wil van zijn vader gedaan? Zij zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods.

32

Want Johannes is tot u gekomen op de weg der gerechtigheid, en u hebt hem niet geloofd; maar de tollenaars en de hoeren geloofden hem; en u, die dit gezien hebt, hebt daarna geen berouw gehad, om hem te geloven.

33

Hoort een andere gelijkenis: Er was een zeker huisvader die een wijngaard plantte, en omheinde die, en groef daarin een wijnpers, en bouwde een toren, en verhuurde die aan landbouwers, en reisde naar een ver land.

34

En toen de tijd der vruchten naderde, zond hij zijn dienstknechten tot de landbouwers, om zijn vruchten te ontvangen.