Mattheüs 25:27
“Dan had gij mijn geld bij de wisselaars moeten inleggen, en bij mijn komst had ik het mijne met rente ontvangen.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 25 — omringende verzen
Hij ook die de twee talenten ontvangen had, trad toe en zei: Heer, U hebt mij twee talenten toevertrouwd; zie, ik heb er nog twee andere talenten bij gewonnen.
23Zijn heer zei tot hem: Wel gedaan, goede en trouwe dienstknecht; over weinig zijt gij trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in tot de vreugde van uw heer.
24Toen trad ook hij die het ene talent ontvangen had toe en zei: Heer, ik wist van U dat U een streng man bent, die maait waar U niet gezaaid hebt, en bijeenvergadert waar U niet gestrooid hebt.
25En ik was bevreesd, en ging heen en verborg uw talent in de aarde; zie, daar hebt U het uwe.
26Maar zijn heer antwoordde en zei tot hem: Gij slechte en luie dienstknecht, wist gij dat ik maai waar ik niet gezaaid heb, en bijeenvergader waar ik niet gestrooid heb?
Dan had gij mijn geld bij de wisselaars moeten inleggen, en bij mijn komst had ik het mijne met rente ontvangen.
Neemt dan het talent van hem weg, en geeft het aan hem die de tien talenten heeft.
29Want aan een ieder die heeft, zal gegeven worden, en hij zal overvloed hebben; maar van hem die niet heeft, zal ook datgene afgenomen worden wat hij heeft.
30En werpt de onnutte dienstknecht in de buitenste duisternis; daar zal weening zijn en knersing der tanden.
31Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid.
32En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal hen van elkander scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt.