Mattheüs 25:29
“Want aan een ieder die heeft, zal gegeven worden, en hij zal overvloed hebben; maar van hem die niet heeft, zal ook datgene afgenomen worden wat hij heeft.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 25 — omringende verzen
Toen trad ook hij die het ene talent ontvangen had toe en zei: Heer, ik wist van U dat U een streng man bent, die maait waar U niet gezaaid hebt, en bijeenvergadert waar U niet gestrooid hebt.
25En ik was bevreesd, en ging heen en verborg uw talent in de aarde; zie, daar hebt U het uwe.
26Maar zijn heer antwoordde en zei tot hem: Gij slechte en luie dienstknecht, wist gij dat ik maai waar ik niet gezaaid heb, en bijeenvergader waar ik niet gestrooid heb?
27Dan had gij mijn geld bij de wisselaars moeten inleggen, en bij mijn komst had ik het mijne met rente ontvangen.
28Neemt dan het talent van hem weg, en geeft het aan hem die de tien talenten heeft.
Want aan een ieder die heeft, zal gegeven worden, en hij zal overvloed hebben; maar van hem die niet heeft, zal ook datgene afgenomen worden wat hij heeft.
En werpt de onnutte dienstknecht in de buitenste duisternis; daar zal weening zijn en knersing der tanden.
31Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid.
32En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal hen van elkander scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt.
33En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand stellen, maar de bokken aan de linkerhand.
34Dan zal de Koning zeggen tot hen die aan Zijn rechterhand zijn: Komt, gezegenden van Mijn Vader, beërft het Koninkrijk dat voor u bereid is van de grondlegging der wereld af.