Mattheüs 25:30
“En werpt de onnutte dienstknecht in de buitenste duisternis; daar zal weening zijn en knersing der tanden.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 25 — omringende verzen
En ik was bevreesd, en ging heen en verborg uw talent in de aarde; zie, daar hebt U het uwe.
26Maar zijn heer antwoordde en zei tot hem: Gij slechte en luie dienstknecht, wist gij dat ik maai waar ik niet gezaaid heb, en bijeenvergader waar ik niet gestrooid heb?
27Dan had gij mijn geld bij de wisselaars moeten inleggen, en bij mijn komst had ik het mijne met rente ontvangen.
28Neemt dan het talent van hem weg, en geeft het aan hem die de tien talenten heeft.
29Want aan een ieder die heeft, zal gegeven worden, en hij zal overvloed hebben; maar van hem die niet heeft, zal ook datgene afgenomen worden wat hij heeft.
En werpt de onnutte dienstknecht in de buitenste duisternis; daar zal weening zijn en knersing der tanden.
Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid.
32En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal hen van elkander scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt.
33En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand stellen, maar de bokken aan de linkerhand.
34Dan zal de Koning zeggen tot hen die aan Zijn rechterhand zijn: Komt, gezegenden van Mijn Vader, beërft het Koninkrijk dat voor u bereid is van de grondlegging der wereld af.
35Want Ik was hongerig, en u hebt Mij te eten gegeven; Ik was dorstig, en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en u hebt Mij opgenomen.