Mattheüs 25:33
“En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand stellen, maar de bokken aan de linkerhand.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 25 — omringende verzen
Neemt dan het talent van hem weg, en geeft het aan hem die de tien talenten heeft.
29Want aan een ieder die heeft, zal gegeven worden, en hij zal overvloed hebben; maar van hem die niet heeft, zal ook datgene afgenomen worden wat hij heeft.
30En werpt de onnutte dienstknecht in de buitenste duisternis; daar zal weening zijn en knersing der tanden.
31Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid.
32En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal hen van elkander scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt.
En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand stellen, maar de bokken aan de linkerhand.
Dan zal de Koning zeggen tot hen die aan Zijn rechterhand zijn: Komt, gezegenden van Mijn Vader, beërft het Koninkrijk dat voor u bereid is van de grondlegging der wereld af.
35Want Ik was hongerig, en u hebt Mij te eten gegeven; Ik was dorstig, en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en u hebt Mij opgenomen.
36Ik was naakt, en u hebt Mij gekleed; Ik was ziek, en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en u zijt tot Mij gekomen.
37Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden en zeggen: Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en U gevoed, of dorstig en U te drinken gegeven?
38Wanneer hebben wij U als een vreemdeling gezien en U opgenomen, of naakt en U gekleed?