Mattheüs 26:59
“De overpriesters nu, en de oudsten en de hele Raad zochten een valse getuigenis tegen Jezus, om Hem ter dood te brengen,”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 26 — omringende verzen
Maar hoe zouden dan de Schriften vervuld worden, dat het zo moet geschieden?
55In datzelfde uur zei Jezus tot de menigten: Bent u uitgetrokken als tegen een rover, met zwaarden en stokken, om Mij te grijpen? Dagelijks zat Ik bij u in de tempel en leerde, en u heeft Mij niet gegrepen.
56Maar dit alles is geschied, opdat de Schriften der profeten vervuld zouden worden. Toen verlieten alle discipelen Hem en vluchtten.
57En zij die Jezus gegrepen hadden, leidden Hem weg naar Kajafas, de hogepriester, waar de schriftgeleerden en de oudsten bijeengekomen waren.
58Maar Petrus volgde Hem van verre tot aan de binnenplaats van de hogepriester, en hij ging naar binnen en zat bij de dienaren, om de afloop te zien.
De overpriesters nu, en de oudsten en de hele Raad zochten een valse getuigenis tegen Jezus, om Hem ter dood te brengen,
maar vonden er geen; en hoewel er velen kwamen die vals getuigden, vonden zij er geen. Ten slotte kwamen er twee valse getuigen,
61die zeiden: Deze man heeft gezegd: Ik kan de tempel Gods afbreken en in drie dagen opbouwen.
62En de hogepriester stond op en zei tot Hem: Antwoordt U niets? Wat getuigen dezen tegen U?
63Maar Jezus zweeg. En de hogepriester antwoordde en zei tot Hem: Ik bezweer U bij de levende God, dat U ons zegt of U de Christus bent, de Zoon van God.
64Jezus zei tot hem: U hebt het gezegd; doch Ik zeg u: van nu aan zult u de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand der kracht, en komen op de wolken des hemels.