Terug naar Mattheüs 26
VSV
Statenvertaling

Mattheüs 26:60

maar vonden er geen; en hoewel er velen kwamen die vals getuigden, vonden zij er geen. Ten slotte kwamen er twee valse getuigen,

Kruisverwijzingen

Context

Mattheüs 26 — omringende verzen

55

In datzelfde uur zei Jezus tot de menigten: Bent u uitgetrokken als tegen een rover, met zwaarden en stokken, om Mij te grijpen? Dagelijks zat Ik bij u in de tempel en leerde, en u heeft Mij niet gegrepen.

56

Maar dit alles is geschied, opdat de Schriften der profeten vervuld zouden worden. Toen verlieten alle discipelen Hem en vluchtten.

57

En zij die Jezus gegrepen hadden, leidden Hem weg naar Kajafas, de hogepriester, waar de schriftgeleerden en de oudsten bijeengekomen waren.

58

Maar Petrus volgde Hem van verre tot aan de binnenplaats van de hogepriester, en hij ging naar binnen en zat bij de dienaren, om de afloop te zien.

59

De overpriesters nu, en de oudsten en de hele Raad zochten een valse getuigenis tegen Jezus, om Hem ter dood te brengen,

60

maar vonden er geen; en hoewel er velen kwamen die vals getuigden, vonden zij er geen. Ten slotte kwamen er twee valse getuigen,

61

die zeiden: Deze man heeft gezegd: Ik kan de tempel Gods afbreken en in drie dagen opbouwen.

62

En de hogepriester stond op en zei tot Hem: Antwoordt U niets? Wat getuigen dezen tegen U?

63

Maar Jezus zweeg. En de hogepriester antwoordde en zei tot Hem: Ik bezweer U bij de levende God, dat U ons zegt of U de Christus bent, de Zoon van God.

64

Jezus zei tot hem: U hebt het gezegd; doch Ik zeg u: van nu aan zult u de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand der kracht, en komen op de wolken des hemels.

65

Toen scheurde de hogepriester zijn klederen en zei: Hij heeft godslastering gesproken; wat hebben wij nog getuigen nodig? Zie, nu hebt u Zijn godslastering gehoord.