Mattheüs 26:64
“Jezus zei tot hem: U hebt het gezegd; doch Ik zeg u: van nu aan zult u de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand der kracht, en komen op de wolken des hemels.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 26 — omringende verzen
De overpriesters nu, en de oudsten en de hele Raad zochten een valse getuigenis tegen Jezus, om Hem ter dood te brengen,
60maar vonden er geen; en hoewel er velen kwamen die vals getuigden, vonden zij er geen. Ten slotte kwamen er twee valse getuigen,
61die zeiden: Deze man heeft gezegd: Ik kan de tempel Gods afbreken en in drie dagen opbouwen.
62En de hogepriester stond op en zei tot Hem: Antwoordt U niets? Wat getuigen dezen tegen U?
63Maar Jezus zweeg. En de hogepriester antwoordde en zei tot Hem: Ik bezweer U bij de levende God, dat U ons zegt of U de Christus bent, de Zoon van God.
Jezus zei tot hem: U hebt het gezegd; doch Ik zeg u: van nu aan zult u de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand der kracht, en komen op de wolken des hemels.
Toen scheurde de hogepriester zijn klederen en zei: Hij heeft godslastering gesproken; wat hebben wij nog getuigen nodig? Zie, nu hebt u Zijn godslastering gehoord.
66Wat dunkt u? Zij antwoordden en zeiden: Hij is des doods schuldig.
67Toen spuwden zij Hem in het gezicht en sloegen Hem met de vuist; en anderen gaven Hem slagen met de vlakke hand,
68zeggende: Profeteer ons, Christus, wie is het die U geslagen heeft?
69Petrus nu zat buiten op de binnenplaats; en een dienstmaagd kwam tot hem en zei: Ook u was met Jezus de Galileeër.