Mattheüs 8:20
“En Jezus zei tot hem: De vossen hebben holen en de vogels des hemels hebben nesten, maar de Zoon des mensen heeft niet waar Hij Zijn hoofd kan neerleggen.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 8 — omringende verzen
En Hij raakte haar hand aan, en de koorts verliet haar, en zij stond op en diende hen.
16Toen het avond geworden was, brachten zij vele bezetenen tot Hem, en Hij wierp de geesten uit met een woord, en Hij genas allen die ziek waren,
17opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeet Jesaja, die zegt: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten gedragen.
18Toen Jezus grote scharen rondom Zich zag, gaf Hij bevel om naar de overkant te varen.
19En een zeker schriftgeleerde kwam en zei tot Hem: Meester, ik zal U volgen waar U ook heengaat.
En Jezus zei tot hem: De vossen hebben holen en de vogels des hemels hebben nesten, maar de Zoon des mensen heeft niet waar Hij Zijn hoofd kan neerleggen.
En een ander van Zijn discipelen zei tot Hem: Heer, sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven.
22Maar Jezus zei tot hem: Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven.
23En toen Hij in het schip gegaan was, volgden Zijn discipelen Hem.
24En zie, er stak een hevige storm op in de zee, zodat het schip door de golven bedekt werd, maar Hij sliep.
25En Zijn discipelen kwamen tot Hem en maakten Hem wakker, en zeiden: Heer, red ons, wij vergaan.