Mattheüs 8:21
“En een ander van Zijn discipelen zei tot Hem: Heer, sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 8 — omringende verzen
Toen het avond geworden was, brachten zij vele bezetenen tot Hem, en Hij wierp de geesten uit met een woord, en Hij genas allen die ziek waren,
17opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeet Jesaja, die zegt: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten gedragen.
18Toen Jezus grote scharen rondom Zich zag, gaf Hij bevel om naar de overkant te varen.
19En een zeker schriftgeleerde kwam en zei tot Hem: Meester, ik zal U volgen waar U ook heengaat.
20En Jezus zei tot hem: De vossen hebben holen en de vogels des hemels hebben nesten, maar de Zoon des mensen heeft niet waar Hij Zijn hoofd kan neerleggen.
En een ander van Zijn discipelen zei tot Hem: Heer, sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven.
Maar Jezus zei tot hem: Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven.
23En toen Hij in het schip gegaan was, volgden Zijn discipelen Hem.
24En zie, er stak een hevige storm op in de zee, zodat het schip door de golven bedekt werd, maar Hij sliep.
25En Zijn discipelen kwamen tot Hem en maakten Hem wakker, en zeiden: Heer, red ons, wij vergaan.
26En Hij zei tot hen: Waarom bent u bevreesd, kleingelovigen? Toen stond Hij op en bestrafte de winden en de zee, en er kwam een grote stilte.