Mattheüs 9:30
“En hun ogen werden geopend; en Jezus gebood hun met nadruk, en zeide: Ziet toe dat niemand het weet.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 9 — omringende verzen
Maar nadat de mensen eruit gezet waren, ging Hij naar binnen en pakte haar bij de hand, en het meisje stond op.
26En het gerucht hiervan verspreidde zich in dat gehele land.
27En toen Jezus vandaar wegging, volgden Hem twee blinden, die riepen en zeiden: Zoon van David, ontferm U over ons.
28En toen Hij in het huis was gekomen, kwamen de blinden tot Hem; en Jezus zeide tot hen: Gelooft u dat Ik dit doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heer.
29Toen raakte Hij hun ogen aan en zeide: Naar uw geloof geschiede u.
En hun ogen werden geopend; en Jezus gebood hun met nadruk, en zeide: Ziet toe dat niemand het weet.
Maar zij gingen heen en maakten Zijn faam bekend in dat gehele land.
32Toen zij weggingen, zie, zij brachten tot Hem een stomme man die door een duivel bezeten was.
33En nadat de duivel uitgeworpen was, sprak de stomme; en de menigten verwonderden zich en zeiden: Zoiets is in Israël nooit gezien.
34Maar de Farizeeën zeiden: Hij werpt de duivelen uit door de overste der duivelen.
35En Jezus trok rond door alle steden en dorpen, lerende in hun synagogen en het Evangelie van het Koninkrijk predikende, en genezende elke ziekte en elke kwaal onder het volk.