Mattheüs 9:33
“En nadat de duivel uitgeworpen was, sprak de stomme; en de menigten verwonderden zich en zeiden: Zoiets is in Israël nooit gezien.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 9 — omringende verzen
En toen Hij in het huis was gekomen, kwamen de blinden tot Hem; en Jezus zeide tot hen: Gelooft u dat Ik dit doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heer.
29Toen raakte Hij hun ogen aan en zeide: Naar uw geloof geschiede u.
30En hun ogen werden geopend; en Jezus gebood hun met nadruk, en zeide: Ziet toe dat niemand het weet.
31Maar zij gingen heen en maakten Zijn faam bekend in dat gehele land.
32Toen zij weggingen, zie, zij brachten tot Hem een stomme man die door een duivel bezeten was.
En nadat de duivel uitgeworpen was, sprak de stomme; en de menigten verwonderden zich en zeiden: Zoiets is in Israël nooit gezien.
Maar de Farizeeën zeiden: Hij werpt de duivelen uit door de overste der duivelen.
35En Jezus trok rond door alle steden en dorpen, lerende in hun synagogen en het Evangelie van het Koninkrijk predikende, en genezende elke ziekte en elke kwaal onder het volk.
36Maar toen Hij de menigten zag, werd Hij met ontferming over hen bewogen, omdat zij uitgeput waren en verstrooid als schapen die geen herder hebben.
37Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinig;
38Bidt dan de Heer van de oogst, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitzende.