Nehemia 11:28
“En te Ziklag, en te Mekona en in de bijbehorende dorpen,”
Kruisverwijzingen
Context
Nehemia 11 — omringende verzen
Want het was des konings gebod aangaande hen, dat er een vast aandeel voor de zangers zou zijn, voor elke dag het nodige.
24En Petahja, de zoon van Mesezabeël, van de kinderen van Zerah, de zoon van Juda, was aan de hand des konings in alle aangelegenheden betreffende het volk.
25En wat de dorpen met hun akkers betreft, sommigen van de kinderen van Juda woonden te Kirjat-arba en in de bijbehorende dorpen, en te Dibon en in de bijbehorende dorpen, en te Jekabzeël en in de bijbehorende dorpen,
26En te Jesua, en te Molada, en te Bet-felet,
27En te Hazar-sual, en te Ber-seba en in de bijbehorende dorpen,
En te Ziklag, en te Mekona en in de bijbehorende dorpen,
En te En-rimmon, en te Zora, en te Jarmut,
30Zanoah, Adullam en in hun dorpen, te Lachis en de bijbehorende akkers, te Azeka en in de bijbehorende dorpen. En zij woonden van Ber-seba tot aan het dal van Hinnom.
31Ook de kinderen van Benjamin woonden van Geba af te Michmas, en Aja, en Bethel en in de bijbehorende dorpen,
32En te Anatot, Nob, Ananja,
33Hazor, Rama, Gittaïm,