Nehemia 11:30
“Zanoah, Adullam en in hun dorpen, te Lachis en de bijbehorende akkers, te Azeka en in de bijbehorende dorpen. En zij woonden van Ber-seba tot aan het dal van Hinnom.”
Kruisverwijzingen
Context
Nehemia 11 — omringende verzen
En wat de dorpen met hun akkers betreft, sommigen van de kinderen van Juda woonden te Kirjat-arba en in de bijbehorende dorpen, en te Dibon en in de bijbehorende dorpen, en te Jekabzeël en in de bijbehorende dorpen,
26En te Jesua, en te Molada, en te Bet-felet,
27En te Hazar-sual, en te Ber-seba en in de bijbehorende dorpen,
28En te Ziklag, en te Mekona en in de bijbehorende dorpen,
29En te En-rimmon, en te Zora, en te Jarmut,
Zanoah, Adullam en in hun dorpen, te Lachis en de bijbehorende akkers, te Azeka en in de bijbehorende dorpen. En zij woonden van Ber-seba tot aan het dal van Hinnom.
Ook de kinderen van Benjamin woonden van Geba af te Michmas, en Aja, en Bethel en in de bijbehorende dorpen,
32En te Anatot, Nob, Ananja,
33Hazor, Rama, Gittaïm,
34Hadid, Zeboïm, Neballat,
35Lod en Ono, het dal der handwerkslieden.