Terug naar Nehemia 13
VSV
Statenvertaling

Nehemia 13:23

In die dagen zag ik ook Joden die vrouwen hadden gehuwd uit Asdod, uit Ammon en uit Moab:

Kruisverwijzingen

Context

Nehemia 13 — omringende verzen

18

Hebben uw vaderen niet alzo gedaan, en heeft onze God niet al dit kwaad over ons en over deze stad gebracht? En toch brengt gij meer toorn over Israël door de sabbat te ontheiligen.

19

En het geschiedde, dat toen de poorten van Jeruzalem donker begonnen te worden voor de sabbat, ik beval dat de poorten zouden worden gesloten, en gelastte dat zij niet zouden worden geopend tot na de sabbat; en enigen van mijn dienaren stelde ik bij de poorten, opdat er geen last op de sabbatdag zou worden ingebracht.

20

Zo overnachtten de kooplieden en de verkopers van allerlei koopwaar eenmaal of tweemaal buiten Jeruzalem.

21

Toen betuigde ik het hun en zeide tot hen: Waarom overnacht gij bij de muur? Indien gij dit wederom doet, zal ik de hand aan u slaan. Van die tijd af kwamen zij niet meer op de sabbat.

22

En ik beval de Levieten dat zij zichzelf zouden reinigen en komen om de poorten te bewaken, ten einde de sabbatdag te heiligen. Gedenk mij ook hierin, o mijn God, en spaar mij naar de grootheid van Uw barmhartigheid.

23

In die dagen zag ik ook Joden die vrouwen hadden gehuwd uit Asdod, uit Ammon en uit Moab:

24

En hun kinderen spraken half in de taal van Asdod, en konden niet in de Joodse taal spreken, maar naar de taal van elk volk.

25

En ik twistte met hen en vervloekte hen, en sloeg enigen van hen en rukte hun haar uit, en deed hen zweren bij God, zeggende: Gij zult uw dochters niet geven aan hun zonen, noch hun dochters nemen voor uw zonen of voor uzelf.

26

Heeft Salomo, de koning van Israël, niet door deze dingen gezondigd? nochtans was er onder vele volken geen koning als hij, die bemind was door zijn God, en God had hem tot koning gesteld over geheel Israël; toch deden ook hem de vreemde vrouwen zondigen.

27

Zullen wij dan naar u luisteren om al dit grote kwaad te doen, om tegen onze God te overtreden door vreemde vrouwen te huwen?

28

En één van de zonen van Joiada, de zoon van Eljasib de hogepriester, was een schoonzoon van Sanballat de Horoniet; daarom joeg ik hem van mij weg.