Terug naar Numeri 11
VSV
Statenvertaling

Numeri 11:15

En indien U aldus met mij handelt, dood mij dan toch aanstonds, indien ik genade in Uw ogen gevonden heb; en laat mij mijn ellende niet zien.

Kruisverwijzingen

Context

Numeri 11 — omringende verzen

10

Toen hoorde Mozes het volk wenen bij hun geslachten, ieder aan de ingang van zijn tent; en de toorn van de HEER ontbrandde hevig, en ook Mozes was misnoegd.

11

En Mozes zeide tot de HEER: Waarom hebt U Uw knecht bedroefd? en waarom heb ik geen genade gevonden in Uw ogen, dat U de last van dit gehele volk op mij legt?

12

Heb ik dit gehele volk ontvangen? heb ik het verwekt, dat U tot mij zoudt zeggen: Draag hen aan uw boezem, gelijk een voedstervader het zuigeling draagt, naar het land dat U hun vaderen gezworen hebt?

13

Vanwaar zou ik vlees hebben om aan dit gehele volk te geven? Want zij wenen tot mij, zeggende: Geef ons vlees, dat wij eten.

14

Ik kan dit gehele volk alleen niet dragen, want het is mij te zwaar.

15

En indien U aldus met mij handelt, dood mij dan toch aanstonds, indien ik genade in Uw ogen gevonden heb; en laat mij mijn ellende niet zien.

16

En de HEER zeide tot Mozes: Vergader tot Mij zeventig mannen van de oudsten van Israël, van wie gij weet dat zij oudsten van het volk en opzieners over hen zijn; en breng hen naar de tent der samenkomst, opdat zij daar met u staan.

17

En Ik zal nederdalen en daar met u spreken; en Ik zal van de Geest die op u is, nemen en op hen leggen; en zij zullen de last van het volk met u dragen, zodat gij die niet alleen hoeft te dragen.

18

En zeg tot het volk: Heiligt u tegen morgen, en gij zult vlees eten; want gij hebt in de oren van de HEER geweend, zeggende: Wie zal ons vlees te eten geven? Want het ging ons goed in Egypte; daarom zal de HEER u vlees geven, en gij zult eten.

19

Gij zult niet één dag eten, noch twee dagen, noch vijf dagen, noch tien dagen, noch twintig dagen;

20

Maar een volle maand lang, totdat het uit uw neusgaten komt en u tot walging wordt; omdat gij de HEER die in uw midden is, versmaad hebt, en voor Hem geweend hebt, zeggende: Waarom zijn wij toch uit Egypte getrokken?