Terug naar Numeri 11
VSV
Statenvertaling

Numeri 11:18

En zeg tot het volk: Heiligt u tegen morgen, en gij zult vlees eten; want gij hebt in de oren van de HEER geweend, zeggende: Wie zal ons vlees te eten geven? Want het ging ons goed in Egypte; daarom zal de HEER u vlees geven, en gij zult eten.

Kruisverwijzingen

Context

Numeri 11 — omringende verzen

13

Vanwaar zou ik vlees hebben om aan dit gehele volk te geven? Want zij wenen tot mij, zeggende: Geef ons vlees, dat wij eten.

14

Ik kan dit gehele volk alleen niet dragen, want het is mij te zwaar.

15

En indien U aldus met mij handelt, dood mij dan toch aanstonds, indien ik genade in Uw ogen gevonden heb; en laat mij mijn ellende niet zien.

16

En de HEER zeide tot Mozes: Vergader tot Mij zeventig mannen van de oudsten van Israël, van wie gij weet dat zij oudsten van het volk en opzieners over hen zijn; en breng hen naar de tent der samenkomst, opdat zij daar met u staan.

17

En Ik zal nederdalen en daar met u spreken; en Ik zal van de Geest die op u is, nemen en op hen leggen; en zij zullen de last van het volk met u dragen, zodat gij die niet alleen hoeft te dragen.

18

En zeg tot het volk: Heiligt u tegen morgen, en gij zult vlees eten; want gij hebt in de oren van de HEER geweend, zeggende: Wie zal ons vlees te eten geven? Want het ging ons goed in Egypte; daarom zal de HEER u vlees geven, en gij zult eten.

19

Gij zult niet één dag eten, noch twee dagen, noch vijf dagen, noch tien dagen, noch twintig dagen;

20

Maar een volle maand lang, totdat het uit uw neusgaten komt en u tot walging wordt; omdat gij de HEER die in uw midden is, versmaad hebt, en voor Hem geweend hebt, zeggende: Waarom zijn wij toch uit Egypte getrokken?

21

En Mozes zeide: Het volk, in welks midden ik ben, telt zeshonderdduizend man te voet; en U hebt gezegd: Ik zal hun vlees geven, dat zij een volle maand lang eten.

22

Zullen voor hen de kudden schapen en runderen geslacht worden, om hun genoeg te hebben? of zullen alle vissen van de zee voor hen bijeengegaard worden, om hun genoeg te hebben?

23

En de HEER zeide tot Mozes: Is des HEREN hand te kort geworden? Nu zult gij zien of Mijn woord u zal overkomen of niet.