Numeri 21:12
“Van daar trokken zij verder en legerden zich in het dal Zered.”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 21 — omringende verzen
Daarom kwam het volk naar Mozes en zei: Wij hebben gezondigd, want wij hebben gesproken tegen de HEER en tegen u. Bid tot de HEER dat Hij de slangen van ons wegneemt. En Mozes bad voor het volk.
8En de HEER zei tot Mozes: Maak voor u een vurige slang en zet die op een paal. En het zal gebeuren dat ieder die gebeten is en naar haar opziet, in leven zal blijven.
9En Mozes maakte een koperen slang en zette die op een paal. En het gebeurde dat wanneer een slang iemand gebeten had, en hij zag op naar de koperen slang, dan bleef hij in leven.
10En de Israëlieten trokken verder en legerden zich in Oboth.
11En zij trokken van Oboth verder en legerden zich in Ijje-Abarim, in de woestijn tegenover Moab, tegen de opgang van de zon.
Van daar trokken zij verder en legerden zich in het dal Zered.
Van daar trokken zij verder en legerden zich aan de andere kant van de Arnon, die in de woestijn ligt en die uitkomt uit het gebied van de Amorieten. Want de Arnon is de grens van Moab, tussen Moab en de Amorieten.
14Daarom wordt er gezegd in het boek van de oorlogen van de HEER: Waheb in Sufa en de beken van de Arnon,
15en de helling van de beken die zich uitstrekt tot de woonplaats van Ar en leunt tegen de grens van Moab.
16En van daar trokken zij naar Beër. Dat is de put waarover de HEER tot Mozes gesproken heeft: Verzamel het volk en Ik zal hun water geven.
17Toen zong Israël dit lied: Spring op, o put! Zingt ervan!