Numeri 7:80
“Één gouden lepel van tien sikkel, vol reukwerk:”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 7 — omringende verzen
Één jonge stier, één ram, één lam van het eerste jaar, als brandoffer:
76Één geitenbok als zondoffer:
77En als dankoffer twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf lammeren van het eerste jaar: dit was het offer van Paguiël, de zoon van Ochran.
78Op de twaalfde dag bracht Ahira, de zoon van Enan, vorst van de kinderen van Naftali, zijn offer:
79Zijn offer was één zilveren schotel van honderd en dertig sikkel gewicht, één zilveren schaal van zeventig sikkel, naar de sikkel van het heiligdom; beide vol fijn meel gemengd met olie als een spijsoffer:
Één gouden lepel van tien sikkel, vol reukwerk:
Één jonge stier, één ram, één lam van het eerste jaar, als brandoffer:
82Één geitenbok als zondoffer:
83En als dankoffer twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf lammeren van het eerste jaar: dit was het offer van Ahira, de zoon van Enan.
84Dit was de wijding van het altaar op de dag dat het gezalfd werd, door de vorsten van Israël: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren schalen, twaalf gouden lepels:
85Elke zilveren schotel woog honderd en dertig sikkel, elke schaal zeventig: al het zilverwerk woog tweeduizend vierhonderd sikkel, naar de sikkel van het heiligdom: