Numeri 7:85
“Elke zilveren schotel woog honderd en dertig sikkel, elke schaal zeventig: al het zilverwerk woog tweeduizend vierhonderd sikkel, naar de sikkel van het heiligdom:”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 7 — omringende verzen
Één gouden lepel van tien sikkel, vol reukwerk:
81Één jonge stier, één ram, één lam van het eerste jaar, als brandoffer:
82Één geitenbok als zondoffer:
83En als dankoffer twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf lammeren van het eerste jaar: dit was het offer van Ahira, de zoon van Enan.
84Dit was de wijding van het altaar op de dag dat het gezalfd werd, door de vorsten van Israël: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren schalen, twaalf gouden lepels:
Elke zilveren schotel woog honderd en dertig sikkel, elke schaal zeventig: al het zilverwerk woog tweeduizend vierhonderd sikkel, naar de sikkel van het heiligdom:
De gouden lepels waren twaalf, vol reukwerk, elk van tien sikkel, naar de sikkel van het heiligdom: al het goud van de lepels was honderd en twintig sikkel.
87Al het vee voor het brandoffer waren twaalf stieren, twaalf rammen, twaalf lammeren van het eerste jaar, met hun spijsoffer: en de geitenbokken voor het zondoffer twaalf.
88En al het vee voor het dankoffer waren vierentwintig stieren, zestig rammen, zestig bokken, zestig lammeren van het eerste jaar. Dit was de wijding van het altaar, nadat het gezalfd was.
89En wanneer Mozes de tent der samenkomst binnenging om met Hem te spreken, hoorde hij de stem van Één die tot hem sprak van boven het verzoendeksel dat op de ark der getuigenis was, van tussen de twee cherubijnen: en Hij sprak tot hem.