Openbaring 1:14
“Zijn hoofd en Zijn haren waren wit als witte wol, als sneeuw, en Zijn ogen als een vuurvlam,”
Kruisverwijzingen
Context
Openbaring 1 — omringende verzen
Ik, Johannes, uw broeder en medegenieter in de verdrukking en in het Koninkrijk en in de volharding van Jezus Christus, was op het eiland dat Patmos genoemd wordt, omwille van het woord van God en de getuigenis van Jezus Christus.
10Ik was in de Geest op de dag des Heren, en ik hoorde achter mij een grote stem, als van een bazuin,
11die zei: Ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste; en wat u ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: aan Efeze, en aan Smyrna, en aan Pergamus, en aan Thyatira, en aan Sardis, en aan Filadelfia, en aan Laodicea.
12En ik keerde mij om om de stem te zien die met mij sprak. En toen ik mij omgekeerd had, zag ik zeven gouden kandelaren,
13en te midden van de zeven kandelaren Iemand die de Zoon des mensen geleek, bekleed met een gewaad tot op de voeten, en omgord om de borst met een gouden gordel.
Zijn hoofd en Zijn haren waren wit als witte wol, als sneeuw, en Zijn ogen als een vuurvlam,
en Zijn voeten als blinkend koper, alsof zij in een oven gloeiden, en Zijn stem als het geluid van vele wateren.
16En Hij had in Zijn rechterhand zeven sterren, en uit Zijn mond ging een scherp tweesnijdend zwaard, en Zijn gelaat was als de zon die schijnt in haar kracht.
17En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten. En Hij legde Zijn rechterhand op mij en zeide tot mij: Vreest niet; Ik ben de eerste en de laatste,
18en de Levende; en Ik was dood, en zie, Ik leef tot in alle eeuwigheid, amen; en Ik heb de sleutels van de hel en van de dood.
19Schrijf de dingen die u gezien hebt, en de dingen die zijn, en de dingen die hierna geschieden zullen.