Openbaring 1:17
“En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten. En Hij legde Zijn rechterhand op mij en zeide tot mij: Vreest niet; Ik ben de eerste en de laatste,”
Kruisverwijzingen
Context
Openbaring 1 — omringende verzen
En ik keerde mij om om de stem te zien die met mij sprak. En toen ik mij omgekeerd had, zag ik zeven gouden kandelaren,
13en te midden van de zeven kandelaren Iemand die de Zoon des mensen geleek, bekleed met een gewaad tot op de voeten, en omgord om de borst met een gouden gordel.
14Zijn hoofd en Zijn haren waren wit als witte wol, als sneeuw, en Zijn ogen als een vuurvlam,
15en Zijn voeten als blinkend koper, alsof zij in een oven gloeiden, en Zijn stem als het geluid van vele wateren.
16En Hij had in Zijn rechterhand zeven sterren, en uit Zijn mond ging een scherp tweesnijdend zwaard, en Zijn gelaat was als de zon die schijnt in haar kracht.
En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten. En Hij legde Zijn rechterhand op mij en zeide tot mij: Vreest niet; Ik ben de eerste en de laatste,
en de Levende; en Ik was dood, en zie, Ik leef tot in alle eeuwigheid, amen; en Ik heb de sleutels van de hel en van de dood.
19Schrijf de dingen die u gezien hebt, en de dingen die zijn, en de dingen die hierna geschieden zullen.
20Het geheimenis van de zeven sterren die u in Mijn rechterhand gezien hebt, en van de zeven gouden kandelaren: de zeven sterren zijn de engelen van de zeven gemeenten, en de zeven kandelaren die u gezien hebt, zijn de zeven gemeenten.