Terug naar Openbaring 1
VSV
Statenvertaling

Openbaring 1:16

En Hij had in Zijn rechterhand zeven sterren, en uit Zijn mond ging een scherp tweesnijdend zwaard, en Zijn gelaat was als de zon die schijnt in haar kracht.

Kruisverwijzingen

Context

Openbaring 1 — omringende verzen

11

die zei: Ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste; en wat u ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: aan Efeze, en aan Smyrna, en aan Pergamus, en aan Thyatira, en aan Sardis, en aan Filadelfia, en aan Laodicea.

12

En ik keerde mij om om de stem te zien die met mij sprak. En toen ik mij omgekeerd had, zag ik zeven gouden kandelaren,

13

en te midden van de zeven kandelaren Iemand die de Zoon des mensen geleek, bekleed met een gewaad tot op de voeten, en omgord om de borst met een gouden gordel.

14

Zijn hoofd en Zijn haren waren wit als witte wol, als sneeuw, en Zijn ogen als een vuurvlam,

15

en Zijn voeten als blinkend koper, alsof zij in een oven gloeiden, en Zijn stem als het geluid van vele wateren.

16

En Hij had in Zijn rechterhand zeven sterren, en uit Zijn mond ging een scherp tweesnijdend zwaard, en Zijn gelaat was als de zon die schijnt in haar kracht.

17

En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten. En Hij legde Zijn rechterhand op mij en zeide tot mij: Vreest niet; Ik ben de eerste en de laatste,

18

en de Levende; en Ik was dood, en zie, Ik leef tot in alle eeuwigheid, amen; en Ik heb de sleutels van de hel en van de dood.

19

Schrijf de dingen die u gezien hebt, en de dingen die zijn, en de dingen die hierna geschieden zullen.

20

Het geheimenis van de zeven sterren die u in Mijn rechterhand gezien hebt, en van de zeven gouden kandelaren: de zeven sterren zijn de engelen van de zeven gemeenten, en de zeven kandelaren die u gezien hebt, zijn de zeven gemeenten.