Openbaring 17:5
“En op haar voorhoofd was een naam geschreven: VERBORGENHEID, HET GROTE BABYLON, DE MOEDER VAN DE HOEREN EN VAN DE GRUWELEN DER AARDE.”
Kruisverwijzingen
Context
Openbaring 17 — omringende verzen
En er kwam een van de zeven engelen die de zeven fiolen hadden, en hij sprak met mij en zei tot mij: Kom hier, ik zal u het oordeel tonen van de grote hoer die zit op vele wateren,
2met wie de koningen der aarde gehoereerd hebben, en de bewoners der aarde zijn dronken geworden van de wijn van haar hoererij.
3En hij voerde mij weg in de geest naar een woestijn, en ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, vol van godslasterlijke namen, dat zeven hoofden en tien hoorns had.
4En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud en edelgesteente en paarlen, en had een gouden beker in haar hand, vol van gruwelen en van de onreinheid van haar hoererij.
En op haar voorhoofd was een naam geschreven: VERBORGENHEID, HET GROTE BABYLON, DE MOEDER VAN DE HOEREN EN VAN DE GRUWELEN DER AARDE.
En ik zag de vrouw dronken van het bloed der heiligen en van het bloed der martelaren van Jezus; en toen ik haar zag, verwonderde ik mij met grote verwondering.
7En de engel zei tot mij: Waarom verwondert u zich? Ik zal u de verborgenheid zeggen van de vrouw en van het beest dat haar draagt, dat de zeven hoofden en de tien hoorns heeft.
8Het beest dat u zag, was er en is er niet, en het zal opkomen uit de afgrond en naar het verderf gaan; en de bewoners der aarde, wier namen niet geschreven zijn in het boek des levens van de grondlegging der wereld af, zullen zich verwonderen wanneer zij het beest zien, dat was en niet is, hoewel het is.
9En hier is het verstand dat wijsheid heeft: De zeven hoofden zijn zeven bergen, waarop de vrouw zit.
10En er zijn zeven koningen: vijf zijn gevallen, en een is er, en de ander is nog niet gekomen; en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven.