Openbaring 17:8
“Het beest dat u zag, was er en is er niet, en het zal opkomen uit de afgrond en naar het verderf gaan; en de bewoners der aarde, wier namen niet geschreven zijn in het boek des levens van de grondlegging der wereld af, zullen zich verwonderen wanneer zij het beest zien, dat was en niet is, hoewel het is.”
Kruisverwijzingen
Context
Openbaring 17 — omringende verzen
En hij voerde mij weg in de geest naar een woestijn, en ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, vol van godslasterlijke namen, dat zeven hoofden en tien hoorns had.
4En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud en edelgesteente en paarlen, en had een gouden beker in haar hand, vol van gruwelen en van de onreinheid van haar hoererij.
5En op haar voorhoofd was een naam geschreven: VERBORGENHEID, HET GROTE BABYLON, DE MOEDER VAN DE HOEREN EN VAN DE GRUWELEN DER AARDE.
6En ik zag de vrouw dronken van het bloed der heiligen en van het bloed der martelaren van Jezus; en toen ik haar zag, verwonderde ik mij met grote verwondering.
7En de engel zei tot mij: Waarom verwondert u zich? Ik zal u de verborgenheid zeggen van de vrouw en van het beest dat haar draagt, dat de zeven hoofden en de tien hoorns heeft.
Het beest dat u zag, was er en is er niet, en het zal opkomen uit de afgrond en naar het verderf gaan; en de bewoners der aarde, wier namen niet geschreven zijn in het boek des levens van de grondlegging der wereld af, zullen zich verwonderen wanneer zij het beest zien, dat was en niet is, hoewel het is.
En hier is het verstand dat wijsheid heeft: De zeven hoofden zijn zeven bergen, waarop de vrouw zit.
10En er zijn zeven koningen: vijf zijn gevallen, en een is er, en de ander is nog niet gekomen; en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven.
11En het beest dat was en niet is, dat is zelf de achtste, en is uit de zeven, en gaat naar het verderf.
12En de tien hoorns die u zag, zijn tien koningen, die nog geen koninkrijk ontvangen hebben, maar zij ontvangen macht als koningen, een uur lang, met het beest.
13Dezen zijn van een en dezelfde gezindheid, en zullen hun kracht en macht aan het beest geven.