Psalmen 104:27
“Zij allen wachten op U, dat U hun hun spijs geeft te zijner tijd.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 104 — omringende verzen
De zon gaat op, zij trekken zich terug en leggen zich neer in hun holen.
23De mens gaat uit naar zijn werk en naar zijn arbeid tot de avond toe.
24Hoe talrijk zijn Uw werken, o HEER! U hebt ze alle met wijsheid gemaakt; de aarde is vol van Uw rijkdom.
25Daar is deze grote en wijde zee, waarin een ontelbaar gewriemel is van dieren, kleine en grote.
26Daar varen de schepen; daar is de leviathan die U gemaakt hebt om daarin te spelen.
Zij allen wachten op U, dat U hun hun spijs geeft te zijner tijd.
Wat U hun geeft, verzamelen zij; U opent Uw hand, zij worden verzadigd met het goede.
29U verbergt Uw aangezicht, zij worden verschrikt; U neemt hun adem weg, zij sterven en keren terug tot hun stof.
30U zendt Uw Geest uit, zij worden geschapen, en U vernieuwt het aangezicht der aarde.
31De heerlijkheid des HEREN zij tot in eeuwigheid; de HEER zal Zich verheugen in Zijn werken.
32Hij ziet de aarde aan, en zij beeft; Hij raakt de bergen aan, en zij roken.