Psalmen 104:28
“Wat U hun geeft, verzamelen zij; U opent Uw hand, zij worden verzadigd met het goede.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 104 — omringende verzen
De mens gaat uit naar zijn werk en naar zijn arbeid tot de avond toe.
24Hoe talrijk zijn Uw werken, o HEER! U hebt ze alle met wijsheid gemaakt; de aarde is vol van Uw rijkdom.
25Daar is deze grote en wijde zee, waarin een ontelbaar gewriemel is van dieren, kleine en grote.
26Daar varen de schepen; daar is de leviathan die U gemaakt hebt om daarin te spelen.
27Zij allen wachten op U, dat U hun hun spijs geeft te zijner tijd.
Wat U hun geeft, verzamelen zij; U opent Uw hand, zij worden verzadigd met het goede.
U verbergt Uw aangezicht, zij worden verschrikt; U neemt hun adem weg, zij sterven en keren terug tot hun stof.
30U zendt Uw Geest uit, zij worden geschapen, en U vernieuwt het aangezicht der aarde.
31De heerlijkheid des HEREN zij tot in eeuwigheid; de HEER zal Zich verheugen in Zijn werken.
32Hij ziet de aarde aan, en zij beeft; Hij raakt de bergen aan, en zij roken.
33Ik zal de HEER zingen zolang ik leef; ik zal mijn God psalmen zingen zolang ik besta.