Psalmen 139:21
“Zou ik niet haten, o HEER, wie U haten? En zou ik niet verdriet hebben over hen die tegen U opstaan?”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 139 — omringende verzen
Uw ogen hebben mijn ongevormde substantie gezien; en in Uw boek waren zij allen geschreven, de dagen dat zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van deze er was.
17Hoe kostbaar zijn mij ook Uw gedachten, o God! Hoe groot is het getal daarvan!
18Zou ik ze tellen, zij zijn meerder dan het zand; word ik wakker, dan ben ik nog bij U.
19O God, dat Gij de goddeloze ombracht! Wijkt dan van mij, gij bloeddorstige lieden.
20Want zij spreken kwaadwillig tegen U; Uw vijanden nemen Uw Naam ijdellijk op.
Zou ik niet haten, o HEER, wie U haten? En zou ik niet verdriet hebben over hen die tegen U opstaan?
Ik haat hen met volmaakte haat; zij zijn mij tot vijanden geworden.
23Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten.
24En zie of bij mij een schadelijke weg is, en leid mij op de eeuwige weg.