Psalmen 139:19
“O God, dat Gij de goddeloze ombracht! Wijkt dan van mij, gij bloeddorstige lieden.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 139 — omringende verzen
Ik zal U loven, omdat ik op een ontzagwekkende en wonderbare wijze gemaakt ben; wonderbaar zijn Uw werken, en dat weet mijn ziel zeer wel.
15Mijn gebeente was voor U niet verholen, toen ik in het verborgene gemaakt werd, en kunstig gewrocht in de diepten der aarde.
16Uw ogen hebben mijn ongevormde substantie gezien; en in Uw boek waren zij allen geschreven, de dagen dat zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van deze er was.
17Hoe kostbaar zijn mij ook Uw gedachten, o God! Hoe groot is het getal daarvan!
18Zou ik ze tellen, zij zijn meerder dan het zand; word ik wakker, dan ben ik nog bij U.
O God, dat Gij de goddeloze ombracht! Wijkt dan van mij, gij bloeddorstige lieden.
Want zij spreken kwaadwillig tegen U; Uw vijanden nemen Uw Naam ijdellijk op.
21Zou ik niet haten, o HEER, wie U haten? En zou ik niet verdriet hebben over hen die tegen U opstaan?
22Ik haat hen met volmaakte haat; zij zijn mij tot vijanden geworden.
23Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten.
24En zie of bij mij een schadelijke weg is, en leid mij op de eeuwige weg.