Psalmen 139:5
“Gij hebt mij van achteren en van voren omsloten, en Gij hebt Uw hand op mij gelegd.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 139 — omringende verzen
HEER, Gij hebt mij doorgrondt en Gij kent mij.
2Gij kent mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten.
3Gij omringt mijn pad en mijn liggen, en Gij zijt met al mijn wegen vertrouwd.
4Want er is niet een woord op mijn tong, of zie, o HEER, Gij weet het altemaal.
Gij hebt mij van achteren en van voren omsloten, en Gij hebt Uw hand op mij gelegd.
Zulke kennis is mij te wonderbaar; zij is zo hoog dat ik er niet bij kan.
7Waarheen zou ik gaan voor Uw Geest, en waarheen zou ik vluchten voor Uw aangezicht?
8Indien ik opklim ten hemel, Gij zijt daar; en legde ik mijn rustplaats in het graf, zie, Gij zijt daar.
9Nam ik de vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der zee,
10Ook daar zou Uw hand mij leiden, en Uw rechterhand zou mij vasthouden.