Psalmen 139:8
“Indien ik opklim ten hemel, Gij zijt daar; en legde ik mijn rustplaats in het graf, zie, Gij zijt daar.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 139 — omringende verzen
Gij omringt mijn pad en mijn liggen, en Gij zijt met al mijn wegen vertrouwd.
4Want er is niet een woord op mijn tong, of zie, o HEER, Gij weet het altemaal.
5Gij hebt mij van achteren en van voren omsloten, en Gij hebt Uw hand op mij gelegd.
6Zulke kennis is mij te wonderbaar; zij is zo hoog dat ik er niet bij kan.
7Waarheen zou ik gaan voor Uw Geest, en waarheen zou ik vluchten voor Uw aangezicht?
Indien ik opklim ten hemel, Gij zijt daar; en legde ik mijn rustplaats in het graf, zie, Gij zijt daar.
Nam ik de vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der zee,
10Ook daar zou Uw hand mij leiden, en Uw rechterhand zou mij vasthouden.
11Indien ik zeg: De duisternis zal mij zeker bedekken, dan is de nacht licht rondom mij.
12Ook verbergt de duisternis voor U niets, maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht.
13Want Gij bezit mijn nieren; Gij hebt mij bedekt in de schoot van mijn moeder.