Psalmen 38:13
“Maar ik, als een dove, hoorde niet; en ik was als een stomme, die zijn mond niet opent.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 38 — omringende verzen
Ik ben verzwakt en hevig gebroken; ik heb geschreeuwd vanwege de onrust van mijn hart.
9Heer, al mijn begeerte is voor U; en mijn zuchten is voor U niet verborgen.
10Mijn hart klopt heftig, mijn kracht verlaat mij; en het licht van mijn ogen, ook dat is van mij geweken.
11Mijn geliefden en mijn vrienden staan op een afstand van mijn plaag, en mijn verwanten staan ver weg.
12Zij ook die mijn leven zoeken, leggen mij strikken; en zij die mijn onheil zoeken, spreken verderfelijke dingen, en bedenken den gansen dag bedrog.
Maar ik, als een dove, hoorde niet; en ik was als een stomme, die zijn mond niet opent.
Zo was ik als een man die niet hoort, en in wiens mond geen wederleggingen zijn.
15Want op U, o HEER, hoop ik; U zult horen, o Heer, mijn God.
16Want ik zeide: Hoor mij, opdat zij zich anders over mij niet verblijden; wanneer mijn voet wankelt, verheffen zij zich tegen mij.
17Want ik ben gereed om te struikelen, en mijn smart is voortdurend voor mij.
18Want ik zal mijn ongerechtigheid belijden; ik zal bedroefd zijn over mijn zonde.