Psalmen 38:14
“Zo was ik als een man die niet hoort, en in wiens mond geen wederleggingen zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 38 — omringende verzen
Heer, al mijn begeerte is voor U; en mijn zuchten is voor U niet verborgen.
10Mijn hart klopt heftig, mijn kracht verlaat mij; en het licht van mijn ogen, ook dat is van mij geweken.
11Mijn geliefden en mijn vrienden staan op een afstand van mijn plaag, en mijn verwanten staan ver weg.
12Zij ook die mijn leven zoeken, leggen mij strikken; en zij die mijn onheil zoeken, spreken verderfelijke dingen, en bedenken den gansen dag bedrog.
13Maar ik, als een dove, hoorde niet; en ik was als een stomme, die zijn mond niet opent.
Zo was ik als een man die niet hoort, en in wiens mond geen wederleggingen zijn.
Want op U, o HEER, hoop ik; U zult horen, o Heer, mijn God.
16Want ik zeide: Hoor mij, opdat zij zich anders over mij niet verblijden; wanneer mijn voet wankelt, verheffen zij zich tegen mij.
17Want ik ben gereed om te struikelen, en mijn smart is voortdurend voor mij.
18Want ik zal mijn ongerechtigheid belijden; ik zal bedroefd zijn over mijn zonde.
19Maar mijn vijanden zijn levendig en sterk; en zij die mij ten onrechte haten, zijn vermenigvuldigd.