Psalmen 38:16
“Want ik zeide: Hoor mij, opdat zij zich anders over mij niet verblijden; wanneer mijn voet wankelt, verheffen zij zich tegen mij.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 38 — omringende verzen
Mijn geliefden en mijn vrienden staan op een afstand van mijn plaag, en mijn verwanten staan ver weg.
12Zij ook die mijn leven zoeken, leggen mij strikken; en zij die mijn onheil zoeken, spreken verderfelijke dingen, en bedenken den gansen dag bedrog.
13Maar ik, als een dove, hoorde niet; en ik was als een stomme, die zijn mond niet opent.
14Zo was ik als een man die niet hoort, en in wiens mond geen wederleggingen zijn.
15Want op U, o HEER, hoop ik; U zult horen, o Heer, mijn God.
Want ik zeide: Hoor mij, opdat zij zich anders over mij niet verblijden; wanneer mijn voet wankelt, verheffen zij zich tegen mij.
Want ik ben gereed om te struikelen, en mijn smart is voortdurend voor mij.
18Want ik zal mijn ongerechtigheid belijden; ik zal bedroefd zijn over mijn zonde.
19Maar mijn vijanden zijn levendig en sterk; en zij die mij ten onrechte haten, zijn vermenigvuldigd.
20Zij ook die kwaad voor goed vergelden, zijn mijn tegenstanders; omdat ik het goede najaag.
21Verlaat mij niet, o HEER; o mijn God, wees niet ver van mij.