Richteren 2:12
“En zij verlieten de HEER, de God van hun vaderen, die hen uit het land Egypte had geleid, en liepen andere goden na, de goden van de volken die rondom hen waren, en bogen zich daarvoor neer, en verbitterden de HEER.”
Kruisverwijzingen
Context
Richteren 2 — omringende verzen
En het volk diende de HEER al de dagen van Jozua, en al de dagen van de oudsten die Jozua overleefd hadden, die al de grote werken van de HEER gezien hadden, die Hij voor Israël gedaan had.
8En Jozua, de zoon van Nun, de knecht van de HEER, stierf, honderd en tien jaar oud.
9En zij begroeven hem binnen de grenzen van zijn erfdeel in Timnat-Heres, op het gebergte van Efraïm, ten noorden van de berg Gaäs.
10En ook dat gehele geslacht werd tot zijn vaderen vergaderd; en er stond een ander geslacht na hen op, dat de HEER niet kende, noch ook de werken die Hij voor Israël gedaan had.
11En de kinderen van Israël deden wat kwaad was in de ogen van de HEER, en dienden de Baäls.
En zij verlieten de HEER, de God van hun vaderen, die hen uit het land Egypte had geleid, en liepen andere goden na, de goden van de volken die rondom hen waren, en bogen zich daarvoor neer, en verbitterden de HEER.
En zij verlieten de HEER en dienden Baäl en Astarte.
14En de toorn van de HEER ontstak tegen Israël, en Hij gaf hen over in de hand van plunderaars die hen plunderden, en Hij verkocht hen in de hand van hun vijanden rondom, zodat zij niet langer stand konden houden voor hun vijanden.
15Overal waar zij uittrokken, was de hand van de HEER tegen hen ten kwade, zoals de HEER gezegd had en zoals de HEER hun gezworen had; en zij werden zeer benauwd.
16Nochtans verwekte de HEER richters, die hen verlosten uit de hand van hen die hen plunderden.
17Maar zij luisterden zelfs niet naar hun richters, want zij hoereerden achter andere goden en bogen zich daarvoor neer; zij weken snel af van de weg waarop hun vaderen gewandeld hadden, gehoorzamende de geboden van de HEER; maar zij deden dat niet.