Terug naar Richteren 2
VSV
Statenvertaling

Richteren 2:10

En ook dat gehele geslacht werd tot zijn vaderen vergaderd; en er stond een ander geslacht na hen op, dat de HEER niet kende, noch ook de werken die Hij voor Israël gedaan had.

Kruisverwijzingen

Context

Richteren 2 — omringende verzen

5

En zij noemden de naam van die plaats Bochim; en zij offerden daar aan de HEER.

6

En toen Jozua het volk ontslagen had, gingen de kinderen van Israël heen, een ieder naar zijn erfdeel, om het land in bezit te nemen.

7

En het volk diende de HEER al de dagen van Jozua, en al de dagen van de oudsten die Jozua overleefd hadden, die al de grote werken van de HEER gezien hadden, die Hij voor Israël gedaan had.

8

En Jozua, de zoon van Nun, de knecht van de HEER, stierf, honderd en tien jaar oud.

9

En zij begroeven hem binnen de grenzen van zijn erfdeel in Timnat-Heres, op het gebergte van Efraïm, ten noorden van de berg Gaäs.

10

En ook dat gehele geslacht werd tot zijn vaderen vergaderd; en er stond een ander geslacht na hen op, dat de HEER niet kende, noch ook de werken die Hij voor Israël gedaan had.

11

En de kinderen van Israël deden wat kwaad was in de ogen van de HEER, en dienden de Baäls.

12

En zij verlieten de HEER, de God van hun vaderen, die hen uit het land Egypte had geleid, en liepen andere goden na, de goden van de volken die rondom hen waren, en bogen zich daarvoor neer, en verbitterden de HEER.

13

En zij verlieten de HEER en dienden Baäl en Astarte.

14

En de toorn van de HEER ontstak tegen Israël, en Hij gaf hen over in de hand van plunderaars die hen plunderden, en Hij verkocht hen in de hand van hun vijanden rondom, zodat zij niet langer stand konden houden voor hun vijanden.

15

Overal waar zij uittrokken, was de hand van de HEER tegen hen ten kwade, zoals de HEER gezegd had en zoals de HEER hun gezworen had; en zij werden zeer benauwd.