Terug naar Richteren 5
VSV
Statenvertaling

Richteren 5:12

Ontwaak, ontwaak, Debora; ontwaak, ontwaak, hef een lied aan. Sta op, Barak, en voer uw gevangenen weg, gij zoon van Abinoam.

Kruisverwijzingen

Context

Richteren 5 — omringende verzen

7

De bewoners van de dorpen hielden op, zij hielden op in Israël, totdat ik, Debora, opstond, totdat ik opstond als een moeder in Israël.

8

Zij kozen nieuwe goden; toen was er oorlog in de poorten. Was er een schild of speer te zien onder veertigduizend in Israël?

9

Mijn hart gaat uit naar de leiders van Israël, die zich gewillig onder het volk hebben aangeboden. Looft de HEER.

10

Spreekt, gij die rijdt op witte ezelinnen, gij die zit in het gericht, en gij die wandelt op de weg.

11

Zij die bevrijd zijn van het lawaai der boogschutters bij de waterputten, daar zullen zij de rechtvaardige daden van de HEER vermelden, ja, de rechtvaardige daden jegens de bewoners van Zijn dorpen in Israël. Toen daalde het volk van de HEER af naar de poorten.

12

Ontwaak, ontwaak, Debora; ontwaak, ontwaak, hef een lied aan. Sta op, Barak, en voer uw gevangenen weg, gij zoon van Abinoam.

13

Toen deed Hij het overblijfsel heersen over de edelen onder het volk; de HEER deed mij heersen over de machtigen.

14

Uit Efraïm was hun wortel tegen Amalek; achter u, Benjamin, onder uw volken; uit Machir kwamen leiders neer, en uit Zebulon zij die de staf des schrijvers hanteren.

15

En de vorsten van Issaschar waren met Debora; ja, Issaschar, en ook Barak; hij werd te voet uitgezonden in het dal. Bij de afdelingen van Ruben waren er grote gedachten des harten.

16

Waarom bleeft gij tussen de schaapskooien, om te luisteren naar het gefluit voor de kudden? Bij de afdelingen van Ruben waren er grote overleggingen des harten.

17

Gilead bleef aan de overzijde van de Jordaan; en waarom vertoefde Dan bij de schepen? Aser bleef aan de zeekust, en vertoefde bij zijn havens.