Richteren 5:15
“En de vorsten van Issaschar waren met Debora; ja, Issaschar, en ook Barak; hij werd te voet uitgezonden in het dal. Bij de afdelingen van Ruben waren er grote gedachten des harten.”
Kruisverwijzingen
Context
Richteren 5 — omringende verzen
Spreekt, gij die rijdt op witte ezelinnen, gij die zit in het gericht, en gij die wandelt op de weg.
11Zij die bevrijd zijn van het lawaai der boogschutters bij de waterputten, daar zullen zij de rechtvaardige daden van de HEER vermelden, ja, de rechtvaardige daden jegens de bewoners van Zijn dorpen in Israël. Toen daalde het volk van de HEER af naar de poorten.
12Ontwaak, ontwaak, Debora; ontwaak, ontwaak, hef een lied aan. Sta op, Barak, en voer uw gevangenen weg, gij zoon van Abinoam.
13Toen deed Hij het overblijfsel heersen over de edelen onder het volk; de HEER deed mij heersen over de machtigen.
14Uit Efraïm was hun wortel tegen Amalek; achter u, Benjamin, onder uw volken; uit Machir kwamen leiders neer, en uit Zebulon zij die de staf des schrijvers hanteren.
En de vorsten van Issaschar waren met Debora; ja, Issaschar, en ook Barak; hij werd te voet uitgezonden in het dal. Bij de afdelingen van Ruben waren er grote gedachten des harten.
Waarom bleeft gij tussen de schaapskooien, om te luisteren naar het gefluit voor de kudden? Bij de afdelingen van Ruben waren er grote overleggingen des harten.
17Gilead bleef aan de overzijde van de Jordaan; en waarom vertoefde Dan bij de schepen? Aser bleef aan de zeekust, en vertoefde bij zijn havens.
18Zebulon en Naftali waren een volk dat zijn leven waagde tot de dood toe op de hoogten van het veld.
19De koningen kwamen en streden; toen streden de koningen van Kanaän in Taänach, bij de wateren van Megiddo; zij behaalden geen winst van zilver.
20Zij streden vanuit de hemel; de sterren in hun banen streden tegen Sisera.