Richteren 6:17
“En hij zei tot Hem: Indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, geef mij dan een teken dat Gij met mij spreekt.”
Kruisverwijzingen
Context
Richteren 6 — omringende verzen
En de engel van de HEER verscheen aan hem, en zei tot hem: De HEER is met u, gij dapper held.
13En Gideon zei tot Hem: Och, mijn Heer, indien de HEER met ons is, waarom is ons dan dit alles overkomen? En waar zijn al Zijn wonderen, die onze vaderen ons verteld hebben, zeggende: Heeft de HEER ons niet opgevoerd uit Egypte? Maar nu heeft de HEER ons verlaten, en ons overgegeven in de hand der Midianieten.
14En de HEER wendde Zich tot hem, en zei: Ga heen in deze uw kracht, en gij zult Israël verlossen uit de hand der Midianieten. Heb Ik u niet gezonden?
15En hij zei tot Hem: Och, mijn Heer, waarmee zal ik Israël verlossen? Zie, mijn geslacht is arm in Manasse, en ik ben de kleinste in het huis mijns vaders.
16En de HEER zei tot hem: Voorzeker, Ik zal met u zijn, en gij zult de Midianieten verslaan als één man.
En hij zei tot Hem: Indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, geef mij dan een teken dat Gij met mij spreekt.
Wijk toch niet van hier, totdat ik bij U kom, en mijn offergave breng en die voor U neerzet. En Hij zei: Ik zal blijven totdat gij weerkomt.
19En Gideon ging binnen, en maakte een geitenbokje gereed, en ongezuurde koeken van een efa meel; het vlees legde hij in een korf, en de bouillon deed hij in een pot, en hij bracht het tot Hem uit onder de eik, en zette het voor.
20En de Engel Gods zei tot hem: Neem het vlees en de ongezuurde koeken, en leg ze op deze rots, en giet de bouillon uit. En hij deed zo.
21Toen stak de engel van de HEER het einde van de staf uit die in Zijn hand was, en raakte het vlees en de ongezuurde koeken aan; en er rees vuur op uit de rots, en verteerde het vlees en de ongezuurde koeken. En de engel van de HEER verdween uit zijn oog.
22En toen Gideon bemerkte dat het een engel van de HEER was, zei Gideon: Ach, Heer HEER! Want ik heb een engel van de HEER van aangezicht tot aangezicht gezien.