Terug naar Richteren 6
VSV
Statenvertaling

Richteren 6:19

En Gideon ging binnen, en maakte een geitenbokje gereed, en ongezuurde koeken van een efa meel; het vlees legde hij in een korf, en de bouillon deed hij in een pot, en hij bracht het tot Hem uit onder de eik, en zette het voor.

Kruisverwijzingen

Context

Richteren 6 — omringende verzen

14

En de HEER wendde Zich tot hem, en zei: Ga heen in deze uw kracht, en gij zult Israël verlossen uit de hand der Midianieten. Heb Ik u niet gezonden?

15

En hij zei tot Hem: Och, mijn Heer, waarmee zal ik Israël verlossen? Zie, mijn geslacht is arm in Manasse, en ik ben de kleinste in het huis mijns vaders.

16

En de HEER zei tot hem: Voorzeker, Ik zal met u zijn, en gij zult de Midianieten verslaan als één man.

17

En hij zei tot Hem: Indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, geef mij dan een teken dat Gij met mij spreekt.

18

Wijk toch niet van hier, totdat ik bij U kom, en mijn offergave breng en die voor U neerzet. En Hij zei: Ik zal blijven totdat gij weerkomt.

19

En Gideon ging binnen, en maakte een geitenbokje gereed, en ongezuurde koeken van een efa meel; het vlees legde hij in een korf, en de bouillon deed hij in een pot, en hij bracht het tot Hem uit onder de eik, en zette het voor.

20

En de Engel Gods zei tot hem: Neem het vlees en de ongezuurde koeken, en leg ze op deze rots, en giet de bouillon uit. En hij deed zo.

21

Toen stak de engel van de HEER het einde van de staf uit die in Zijn hand was, en raakte het vlees en de ongezuurde koeken aan; en er rees vuur op uit de rots, en verteerde het vlees en de ongezuurde koeken. En de engel van de HEER verdween uit zijn oog.

22

En toen Gideon bemerkte dat het een engel van de HEER was, zei Gideon: Ach, Heer HEER! Want ik heb een engel van de HEER van aangezicht tot aangezicht gezien.

23

En de HEER zei tot hem: Vrede zij u; vrees niet, gij zult niet sterven.

24

Toen bouwde Gideon daar een altaar voor de HEER, en noemde het Jehovah-Shalom. Tot op deze dag is het nog in Ofra der Abiëzrieten.