Terug naar Richteren 7
VSV
Statenvertaling

Richteren 7:4

En de HEER zei tot Gideon: Het volk is nog te talrijk; breng hen af naar het water, en Ik zal hen daar voor u beproeven; en het zal zo zijn: van wie Ik tot u zeg: Deze zal met u gaan, die zal met u gaan; en van ieder van wie Ik tot u zeg: Deze zal niet met u gaan, die zal niet gaan.

Kruisverwijzingen

Context

Richteren 7 — omringende verzen

1

Toen stond Jerubbaal, dat is Gideon, vroeg op met al het volk dat bij hem was, en zij legerden zich bij de bron van Harod; zodat het leger der Midianieten ten noorden van hen lag, bij de heuvel More, in het dal.

2

En de HEER zei tot Gideon: Het volk dat bij u is, is te talrijk voor Mij om de Midianieten in hun hand te geven, opdat Israël zich niet tegen Mij zou beroemen en zeggen: Mijn eigen hand heeft mij verlost.

3

Welnu dan, roep ten gehore van het volk en zeg: Wie bevreesd en bang is, die kere terug en vertrekke vroeg van het gebergte Gilead. En er keerden van het volk twee en twintigduizend terug, en er bleven tienduizend over.

4

En de HEER zei tot Gideon: Het volk is nog te talrijk; breng hen af naar het water, en Ik zal hen daar voor u beproeven; en het zal zo zijn: van wie Ik tot u zeg: Deze zal met u gaan, die zal met u gaan; en van ieder van wie Ik tot u zeg: Deze zal niet met u gaan, die zal niet gaan.

5

Zo bracht hij het volk af naar het water; en de HEER zei tot Gideon: Ieder die het water likt met zijn tong, zoals een hond likt, die zult u apart zetten; evenzo ieder die op zijn knieën neervalt om te drinken.

6

En het getal van hen die lapten, hun hand aan hun mond brengend, was driehonderd man; maar al de rest van het volk viel op zijn knieën neer om water te drinken.

7

En de HEER zei tot Gideon: Door de driehonderd man die lapten, zal Ik u verlossen en de Midianieten in uw hand geven; laat al het overige volk heengaan, ieder naar zijn plaats.

8

Zo nam het volk proviand mee in hun hand, en hun bazuinen; en hij zond al de overige Israëlieten weg, ieder naar zijn tent, maar de driehonderd man hield hij bij zich: en het leger van Midian was beneden hem in het dal.

9

En het geschiedde diezelfde nacht, dat de HEER tot hem zei: Sta op, trek af naar het leger; want Ik heb het in uw hand gegeven.