Terug naar Richteren 7
VSV
Statenvertaling

Richteren 7:6

En het getal van hen die lapten, hun hand aan hun mond brengend, was driehonderd man; maar al de rest van het volk viel op zijn knieën neer om water te drinken.

Kruisverwijzingen

Context

Richteren 7 — omringende verzen

1

Toen stond Jerubbaal, dat is Gideon, vroeg op met al het volk dat bij hem was, en zij legerden zich bij de bron van Harod; zodat het leger der Midianieten ten noorden van hen lag, bij de heuvel More, in het dal.

2

En de HEER zei tot Gideon: Het volk dat bij u is, is te talrijk voor Mij om de Midianieten in hun hand te geven, opdat Israël zich niet tegen Mij zou beroemen en zeggen: Mijn eigen hand heeft mij verlost.

3

Welnu dan, roep ten gehore van het volk en zeg: Wie bevreesd en bang is, die kere terug en vertrekke vroeg van het gebergte Gilead. En er keerden van het volk twee en twintigduizend terug, en er bleven tienduizend over.

4

En de HEER zei tot Gideon: Het volk is nog te talrijk; breng hen af naar het water, en Ik zal hen daar voor u beproeven; en het zal zo zijn: van wie Ik tot u zeg: Deze zal met u gaan, die zal met u gaan; en van ieder van wie Ik tot u zeg: Deze zal niet met u gaan, die zal niet gaan.

5

Zo bracht hij het volk af naar het water; en de HEER zei tot Gideon: Ieder die het water likt met zijn tong, zoals een hond likt, die zult u apart zetten; evenzo ieder die op zijn knieën neervalt om te drinken.

6

En het getal van hen die lapten, hun hand aan hun mond brengend, was driehonderd man; maar al de rest van het volk viel op zijn knieën neer om water te drinken.

7

En de HEER zei tot Gideon: Door de driehonderd man die lapten, zal Ik u verlossen en de Midianieten in uw hand geven; laat al het overige volk heengaan, ieder naar zijn plaats.

8

Zo nam het volk proviand mee in hun hand, en hun bazuinen; en hij zond al de overige Israëlieten weg, ieder naar zijn tent, maar de driehonderd man hield hij bij zich: en het leger van Midian was beneden hem in het dal.

9

En het geschiedde diezelfde nacht, dat de HEER tot hem zei: Sta op, trek af naar het leger; want Ik heb het in uw hand gegeven.

10

Maar indien gij vreest om af te trekken, trek dan af met Pura, uw dienaar, naar het leger;

11

En gij zult horen wat zij zeggen; en daarna zullen uw handen gesterkt worden om af te trekken naar het leger. Toen trok hij af met Pura, zijn dienaar, naar de buitenste rand van de gewapende mannen die in het leger waren.