Romeinen 2:11
“Want er is geen aanzien des persoons bij God.”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 2 — omringende verzen
Die aan een ieder vergelden zal naar zijn werken:
7Dengenen die met volharding in goed te doen, heerlijkheid en eer en onverderfelijkheid zoeken, het eeuwige leven;
8Maar dengenen die twistziek zijn en der waarheid ongehoorzaam, doch der ongerechtigheid gehoorzaam, toorn en gramschap,
9Verdrukking en benauwdheid, over elke ziel van de mens die het kwade doet; de Jood eerst, en ook de Griek;
10Maar heerlijkheid, eer en vrede aan ieder die het goede doet; de Jood eerst, en ook de Griek;
Want er is geen aanzien des persoons bij God.
Want zovelen als er zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en zovelen als er onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden;
13(Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden.
14Want wanneer de heidenen, die de wet niet hebben, van nature de dingen doen die in de wet staan, dezen, de wet niet hebbende, zijn zichzelf een wet;
15Dezen bewijzen het werk der wet geschreven in hun harten, hun geweten ook getuige zijnde, en hun gedachten ondertussen elkander beschuldigende of ook ontschuldigende;)
16Op de dag wanneer God de verborgenheden der mensen zal oordelen door Jezus Christus, naar mijn evangelie.